Study your flashcards anywhere!

Download the official Cram app for free >

  • Shuffle
    Toggle On
    Toggle Off
  • Alphabetize
    Toggle On
    Toggle Off
  • Front First
    Toggle On
    Toggle Off
  • Both Sides
    Toggle On
    Toggle Off
  • Read
    Toggle On
    Toggle Off
Reading...
Front

How to study your flashcards.

Right/Left arrow keys: Navigate between flashcards.right arrow keyleft arrow key

Up/Down arrow keys: Flip the card between the front and back.down keyup key

H key: Show hint (3rd side).h key

A key: Read text to speech.a key

image

Play button

image

Play button

image

Progress

1/19

Click to flip

19 Cards in this Set

  • Front
  • Back

eind diastolische volume is afhankelijk van


1. grootte veneuze terugstroom


2. duur van diastole


3. diastolische eigenschappen van ventrikel wand


4. aanwezigheid van boezemcontractie

centrale cyanose


- teken van ondersaturatie


- centraal


- perifeer


- oorzaak: cicrulatoir of pulmonaal

oedemen aan de benen en ascites van de buik


- veneuze afvloed belemmering --> stuwwing


- perifeer --> veneuze insufficiëntie


- hart


Ictus cordis = apex

plaatsbepaling:


buiten mcl lijn in rugligging --> vergroting van hart


kwaliteit beoordeeld in L zijligging


1. in meer dan 1 ic palpabel --> verbreed --> LVdilatatie of LVhypertrofie


2. versterkt --> drukoverbelasting (bv aortastenose), volumeoverbelasting (bv mitralisklepinsufficiëntie) of versterkte hartwerking (hyperthyroïdie, anemie)


3. verlengd/klevend die doorloopt tot S2 --> LVhypertrofie


4. 2 toppen --> altijd pathologisch --> ook artriale contractie is voelbaar --> stijfventrikel --> LVhypertrofie of obstructieve cardiomyopathie

S1 = eerste harttoon

- sluiting atrioventriculaire kleppen (mitralis en tricuspidalis)


- mitralisklep: apex


- tricupidalisklep: 4e/5e icr links parasternaal

S1: toegenomen luidheid --> harder hoorbaar dan S2 op 2e icr li/re

1. toegenomen contractiekracht --> inspanning

2. een verkorte duur van diastole --> trachycardie


3. toegenomen bloedstroom over mitralis of tricuspidalis --> atrium of vetrikelseptumdefect


4. mitralis (of tricuspidalis)klepstenose



S1: afgenomen luidheid

1. afgenomen contractiekracht --> verminderde ventrikelfunctie (met/zonder klinisch hartfalen)


2. verlengde duur van diastole --> bradycardie of 1e graads AVblok


3. onvermogen tot sluiten van klep --> uitgebreide fibrose

S1: wijd gespleten

1. rechterbundelhartblok


2. atriumseptumdefect

S2 = tweede harttoon
- sluiting semilunaire kleppen (aorta en pulmonaal)

- vaak een ademhalingsgebonden splijting hoorbaar bij inspiratie


- aorta toon sluiting altijd harder dan pulmonale


Latere sluiting van p (grotere splijting)


ventrikelseptumdefect van links naar rechts shunts, pulmonalisstenose,pulmonalerestrictie, rebundeltakblok


Eerdere sluiting van a (grotere splijting)


mitralisinsufficiëntie, ventrikelseptumdefect, cardiomyopathie


Latere sluiting van a (kleinere splijting): aortastenose, arteriëledrukverhoging, cardiomyopathie, li-bundeltakblok


Eerdere sluiting van p (kleinere splijting)


tricuspidalisinsufficiëntie


Paradoxale splijting


alsbij inademing de splijting juist kleiner wordt i.p.v. groter, waarbij A danvoor de P komt! Komt voor bij ernstige aortastenose. Splijting verdwijnt bijinspiratie, verschijnt bij expiratie.

S3 en S4

S3


- snelle vullingsfase (mitralisklep ineens open, geluid bij bloedstroom die tegen ventrikelwand stoot).


- Goed hoorbaar bij slechte compliantie linkerkamer (stijf)


- fibrotische hartspier, ischemie of verdikkinghartspier.


- Fysiologisch bij kinderen en jongvolwassenen.


S4


- atriale contractie: Atriageven nog een knijpje na


- hoor je vlak voor S1.


- pathologischeverandering in ventriculaire compliantie

onschuldige/fysiolgische ejectiesouffle

- hyperdynamische circulatie met toegenomen stroom over aorta of pulmonalisklep


- zwangerschap, anemie, koorts, hyperthyreoidie


- vroeg tot midsystolisch met duidelijke pauze voor S2


- crescendo-decrescendo


- luidheid graad III/IV


- punctum maximum: hoog ic links


- souffle verdwijnt bij gaan staan of valsalvamoeuvre

aortaklepstenose

- vroeg tot midsystolisch met duidelijke pauze voor S2


- hoe korter de pauze tussen souffle en S2 hoe erger de stenose


- crescendo-decrescendo


- luidheid graad III/IV


- punctum maximum: 2e icr re en straalt uit naar carotiden


- mogelijk: palpabele thrill, klevende ictus, trage begin (upstroke) van pulsatie a. carotis


- souffle neemt toe bij gaan staan of valsalvamoeuvre

pulmonalisklepstenose

- begin systolisch


- crescendo-decrescendo


- pm: 2e icr li


- straalt uit naar li halshelft


- wijde splijting S2 (door drukbelasting reVentrikel)



mitralisklepinsufficïentie

- Systolisch


- hoog frequent, holosystolisch, bandvormig


- pm: apex


- straalt uit naar li oksel

Tricuspidalisklepinsufficientie

- systolisch


- hoogfrequent, holosystolisch, bandvorming


- pm: 4/5 icr li, laag parasternaal


- uitstraling: re zijde sternum en epigastricum


- ademhalingsgebonden variatie in luidheid

ventrikelseptumdefect (VSD)

- ruw en luid holosystolisch


- pm: links parasternaal, afhankelijk van plek VSD: hoog --> 2e icr of laag --> 4e icr


- vaak duidelijke thrill aanwezig

aortaklepinsuffiecïentie

- holodiastolisch


- hoogfrequent, blazend, decrescendo


- pm 3e icr li


- luidheid neemt toe in zittende houding


- mogelijk ook ejectie souffle hoorbaar door verhoogde cardiale output


- mogelijke oorzaak: endocarditis van aortaklep

pulmonalisklepinsuffiecïentie

- vroegdiastolisch


- lager freqeunt, blazend, decrescendo


- pm: 2e icr


- nauwelijks uitstraling

mitralisklepstenose

- mid tot einddiastolisch


- ruw en laagfrequent


- pm: apex


- oorzaak: reumatische ziekte, auto-immuunreactie op streptokokken infectie


- komt nauwelijks voor, maar in derde wereld prevalentie hoog